mindfulness
Voor de piekeraars onder ons wordt al jaren Mindfulness aangeboden. De westerse variant op meditatie, zeg maar. Niet streven naar een hoger bewustzijn, maar juist een lager bewustzijn.
Kernachtig samengevat door experts: het verschil tussen de DOE-modus en de ZIJNS-modus. Je kunt zelf wel bedenken wat daarmee wordt bedoeld. Toch worden er hoofdstukken aan besteed om het uit te leggen.
Okay, de zijns-modus dus. Dat is waar we naar moeten streven. Of nee, toch niet. Want we moeten niet “moeten”. Dat is weer iets willen veranderen, en dus een doe-modus.
Lastig hoor, dat mindfulness.
Maar het wordt nog lastiger. De zijns-modus wordt, volgens mindfulness, bereikt door je op je lichaam te concentreren. Daarvoor heb je de zogenaamde “body scan”, en je ademhaling is ook een geliefd doel om je op te concentreren.
Hier raak ik al meteen de draad kwijt (echt doe-modus). Volgens de experts draait de doe-modus om het willen veranderen van een situatie. Of dat nou mogelijk is of niet, dat is om het even. Maar als ik mijn aandacht wil richten op iets waar ik normaliter nooit mijn aandacht op richt of zou willen richten, dan wil ik toch iets veranderen?
Het klinkt voor mindful-adepten vast kinderachtig. Maar het autistische brein werkt echt zo. Concentreren op je lichaam, je ademhaling of iets anders concreets, kan alleen gepaard gaan met een denkproces om juist dat voor elkaar te krijgen. Het is bovendien onmogelijk gebleken om gedachten als “doe ik het wel goed” te onderdrukken. En als die twijfel, bijvoorbeeld door uitgebreid oefenen, is weggeëbd, dan wordt die snel vervangen door: “Gaat dit nog lang duren?”
Is mindfulness dan onzin voor autisten?
Ik denk dat de cursusleiders en propagandisten voor mindfulness iets te makkelijk over dit probleem heen stappen, met opmerkingen als dat het daar nou juist om gaat, en dat je je beter moet focussen (ook zo’n lekker soft woord; soft-focus, zeg maar) op de lijf en dat het dan allemaal voor elkaar komt.
Er zijn momenten dat het mij lukt om in de zijns-modus te verkeren. Helaas duren die meestal kort, en heb ik nog veel problemen met ze nar believen op te roepen. Maar wat me wel duidelijk is geworden, is dat deze vorm van “meditatie” een denk-truuk is.
Dat mag je natuurlijk helemaal niet zeggen, want mindfulness beoogt nou juist het denkproces stil te zetten. Nou ja, dan zou je dood zijn; maar om het weg te sturen van gedachten die iets beogen te veranderen aan de bestaande situatie.
En daar ligt wel de sleutel, denk ik. Alleen wijst die sleutel niet noodzakelijkerwijs naar cursussen om je op je ademhaling te concentreren, of om de “body scan” uit te voeren. De denk-truuk is, denk ik, verder te simplificeren door het juist niet zo te simplificeren. Dat moet ik even uitleggen, denk ik (doe-modus).
Ademhaling en body scan worden geïntroduceerd, denk ik, om iets te hebben dat het verst verwijderd ligt van gedachten die concreet zouden kunnen worden om iets anders. Als de opdracht zou zijn: “concentreer je op dat tafeltje”, dan zou dat over kunnen gaan in gedachten dat je binnenkort moet eten, of koken, of een tafel thuis repareren, of iets hebt laten liggen dat je mee had willen nemen. Concentreer je nou maar op iets dat vanzelf gaat (ademen) en je altijd bij je hebt (je lichaam) en het kan niet fout gaan.
Fout.
Door de opdracht zo te simplificeren wordt het hondsmoeilijk om die uit te voeren. Ademhaling is er inderdaad altijd wel, gedurende je leven. Dus is er plenty ruimte om ook nog aan iets anders te denken. En de bodyscan nodigt wel erg uit om alle pijntjes en plekjes te voelen met bijbehorende opdrachten daar iets voor of tegen te nemen, danwel op te smeren of aan oefening te onderwerpen.
Ik bepleit juist de meditatieve gedachten zo concreet mogelijk te maken voor het moment. Stel: ik zit in een stoel en wil effe mindfulnessen. De denktruuk is dan: stel vast wat er prettig is aan het zitten in deze stoel, op dit moment. “Hè, lekker even zitten. Even niksen. Niks hoeven, niks moeten. Gewoon helemaal niks. Kijken naar tijdschriften die ik niet hoef te lezen. Luisteren naar geluiden van buiten, waar ik niet naartoe hoef. Ik kan van alles doen, maar ik kies ervoor dat nu allemaal te laten, om alleen maar lekker te zitten.”
Toegegeven, het lukt me nog niet om die situatie voor enige tijd vol te houden, maar het moment dat het lukt, is heerlijk. Dan kan ik me gelukkig voelen. Door de hond te zien slapen, de meubels te zien staan, het verkeer buiten door te horen rijden.
Nu zou ik een mindfulnesscursus willen volgen die me leert die toestand op te roepen en vast te houden. De toestand waarin ik niet alleen in de zijns-modus verkeer, maar waarin ik me, door het soort gedachten dat ik daarin toelaat, gelukkig voel. Niet omdat het me gelukt is te ontspannen in die zijns-modus, maar ook nog eens door de aandacht die ik wel heb gegeven.
Ik vrees dat zo’n cursus niet wordt aangeboden.